Biologische visie op het verschil in seksualiteitsbeleving

Editor Katrien Van Nieuwenhove
Patina Vercruysse
Kim Vos
Catheline Van den Bossche

Inleiding

Het seksuele gedrag van de mens is niet louter een manifestatie van een vastliggend instinct tot soortbehoud, maar wel van een humane ontwikkeling die feilbaar verloopt. Bevredigend seksueel samenleven is gebonden aan een ingewikkelde conditionering en veronderstelt een aantal voorwaarden die essentieel zijn voor een optimaal seksueel functioneren. In vergelijking met andere zoogdieren is de seksualiteit van de mens ongewoon plastisch. Het seksuele verlangen kan meerdere richtingen uit. Dit is enerzijds een bedreiging voor de biologisch vastliggende weg, anderzijds een culturele kans tot ontplooiing die echter kan resulteren in een negatieve invloed op het seksuele functioneren.

In dit artikel wordt seksualiteit belicht vanuit totaal verschillende invalshoeken. Historisch vanuit de evolutionistische benadering en puur biologisch via de benadering van Masters en Johnson. Het vrouwelijk orgasme wordt tenslotte nog even apart belicht.

Evolutionistische benadering

Darwin stelde dat levende organismen geëvolueerd zijn door het proces van natuurlijke selectie of 'het proces waarbij soorten genetisch evolueren als een resultaat van variaties in het reproductief proces van hun voorvaderen' (Allgeier & Allgeier, 1995, p.67). Deze variatie kan op twee wijzen bereikt worden. Op de eerste plaats verschillen individuen in het aantal nakomelingen dat ze tijdens hun levensloop voortbrengen. Hoe meer nakomelingen, hoe groter de kans dat de genen van het individu worden overgeleverd naar volgende generaties. Daarnaast treedt tevens variatie op in de kenmerken waarover een individu beschikt. Nakomelingen erven kenmerken van hun ouders die meer of minder aangepast kunnen zijn aan de omgevingscondities, bijvoorbeeld de capaciteit om voedsel te verzamelen, de vaardigheid om paringspartners aan te trekken. Meer aangepaste kenmerken worden geselecteerd, daar deze de kans verhogen dat deze nakomelingen zelf nakomelingen produceren. Op deze manier belanden we bij een belangrijke notie in de evolutietheorie, namelijk het reproductief succes of 'de mate waarin organismen bekwaam zijn om kinderen te produceren die lang genoeg overleven om hun genen naar opeenvolgende generaties over te leveren' (Allgeier & Allgeier, 1995, p. 69). De meeste evolutionisten nemen op dit ogenblik aan dat de huidige kenmerken van een organisme aanwezig zijn doordat ze vroeger nut hadden in het verderzetten van het reproductief succes. Seksuele gedragingen bestaan en blijven behouden doordat ze in het verleden een zeer belangrijke functie dienden, namelijk reproductie.

Oliver en Hyde bestudeerden in 1993 de relatie tussen geslacht en 21 seksuele attitudes en gedragingen bij bijna 130.000 mannen en vrouwen (Allgeier & Allgeier, 1995. p.69). Uit deze studie bleek dat mannen en vrouwen duidelijke verschillen vertonen in hun attitudes betreffende terloopse seks. Mannen waren meer permissief ten aanzien van dit gedrag.

Dit gegeven zou consistent zijn met voorspellingen die gemaakt kunnen worden op basis van de evolutietheorie. Tijdens de evolutie van de mens zouden vrouwen die we in onze huidige terminologie ‘alleenstaande moeders' noemen, minder bekwaam geweest zijn om hun nakomelingen te verzorgen en groot te brengen dan vrouwen die zich bevinden in een langetermijnrelatie. Overleving van de genen van de mannen daarentegen komt minder in het gedrang door afwezigheid van toewijding.

Masters en Johnson: de seksuele responscyclus

Masters en Johnson deden fysiologisch-anatomisch onderzoek naar de seksuele responsen van man en vrouw (klinische benadering). Zij observeerden daartoe mensen in een labo die de geslachtsdaad uitvoeren. Zij zagen de seksuele reacties, die op bepaalde punten verschillen toch als een onderdeel van een aangeboren genetisch programma voor seksueel genot.

De onderzoekers stelden zowel gelijkenissen als duidelijke verschillen in het seksueel reageren van man en vrouw vast. Een sociale gelijkschakeling van een aantal man-vrouw-rolpatronen kunnen de oorspronkelijke lichamelijke verschillen niet wegcijferen. Niet alleen op het terrein van de voortplantingsactiviteit bestaat er een radicaal verschil tussen man en vrouw. Op vele andere terreinen van het leven blijven deze lichamelijke factoren niet te ontlopen aspecten die mee bepalen wat mogelijk blijft in het tussenmenselijk verkeer.

Masters en Johnson hanteerden de seksuele responscyclus voor man en vrouw, en die bestaat uit vier fasen.

De opwindingsfase vormt samen met de plateaufase het grootste deel (tijd) van de reactiecyclus. De opwinding kan uitgelokt worden door een lichamelijke en/of een psychische prikkel. Blijft deze prikkeling voortduren met een bepaalde intensiteit dan zal de psychosomatische opwinding qua intensiteit ook snel toenemen. Tijdens de plateaufase wordt de opwinding en de seksuele spanning door een aangepaste stimulering nog versterkt en komt men tot een opwindingsniveau van waaruit het orgasme mogelijk wordt. De duur van deze fase verschilt individueel en is ook afhankelijk van de effectiviteit van de stimuli. Door een verdere aangepaste seksuele stimulatie komt men tot een hoogtepunt. Dit is de kortste fase van de reactiecyclus, de orgasmenfase. Tijdens de resolutiefase verdwijnt de seksuele spanning.

Doorheen de fasen erkenden zij vervolgens genitale en niet-genitale reacties op een prikkeling bij man en vrouw.

De eerste genitale reactie van de vrouw op seksuele stimulatie is het vochtig worden van de schede. Deze reactie treedt snel op. Dit is te vergelijken met de erectie van bij man als eerste fysiologische reactie op prikkeling. Bij het begin van de seksuele opwinding wordt de schede dieper en breder. Wanneer de vrouw naar het orgasme toegaat, treedt er een vernauwing op in het buitenste derde van de schede (orgastische manchette). Door het nauw contact tussen penis en vagina kan dit gevoel sterker zijn. Door toenemende seksuele opwinding stijgt de baarmoeder uit het kleine bekken en tijdens het orgasme treden er contracties op die zich uitbreiden over de hele baarmoeder. De intensiteit van deze contracties wordt sterk beïnvloed door de intensiteit van het beleefde orgasme.

Door een aangepaste seksuele stimulering zien we ook veranderingen ter hoogte van de clitoris. De clitoris zal meer gaan glanzen, zwellen en samentrekken. De buitenste grote en kleine schaamlippen zullen door de bloedtoevoer eveneens zwellen en krijgen een helrode kleur.

Als niet-genitale reacties bij de vrouw onderscheiden we ondermeer een toename van het borstvolume, het stijver worden van de tepels en zwelling van het tepelhof. De huid wordt ook roder (sex-flush) en dit vooral de momenten voor het orgasme. Na het orgasme verdwijnt dit snel, wat gepaard gaat met transpiratie. Een stijging van de bloeddruk en hartfrequentie en een versnelling van de ademhaling zijn eveneens kenmerkend. De zintuiglijke waarneming, zien en horen, kan bij het orgasme sterk ingeperkt worden. De pijngevoeligheid tenslotte neemt af.

De eerste genitale reactie bij de man is de erectie, samengaand met een zichtbare verdikking en aanspanning van de huid van de balzak. Tijdens de plateaufase worden door de contractie van de spieren de teelballen tot tegen het perineum getrokken. Kort voor het orgasme wordt er vocht uit de urethramond afgescheiden. Het eigenlijke hoogtepunt gaat gepaard met ejaculatie, veroorzaakt door een contractie van de bekkenbodemspieren en van de urethra.

Zwelling van de tepels, stijging van de bloeddruk en de hart- en ademhalingsfrequentie en een vermindering van de zintuiglijke waarneming zijn ook bij de man de meest typische niet-genitale reacties op seksuele prikkeling. De contracties die ervaren worden tijdens het orgasme zouden verder uitbreiden (armen, benen, gelaat, …).

Op basis van deze seksuele reactiecyclus en deze genitale en niet-genitale reacties komen Masters en Johnson tot een vergelijking tussen man en vrouw.

De verschillen in seksuele reactie op aangepaste stimulering bij de man verschillen vooral qua duur. Bij de vrouw vooral qua duur en intensiteit. De auteurs benadrukken de meerwaarde van het vrouwelijk organisme dat over een meer rijkelijk reactiepatroon beschikt en dit zowel kwantitatief als kwalitatief. De vrouw beschikt over meer erogene zones en heeft een grotere vaardigheid en kan komen tot langdurige en meerdere orgasmes. De vrouw zal sterker seksueel reageren dan de man. Zo zal een vrouw geen orgasme bereiken bij onvoldoende stimulering tijdens de plateaufase. Bij de vrouw is er een grotere variatie bij het orgasme qua intensiteit en duur terwijl het orgasme bij de man meer een uniform patroon heeft. De resolutiefase is voor de man een refractaire periode waarin hij niet gevoelig is voor seksuele stimulering terwijl het herstel bij vrouwen trager verloopt. Na het orgasme keert de man terug tot een ongeprikkelde staat van seksuele opwinding, zowel fysisch als psychisch. Dit dus in tegenstelling tot vrouwen die na het orgasme terugkeren tot de prikkelingsfase van vlak voor het orgasme, die slechts langzaam verflauwt. Vandaar dat vrouwen meerdere orgasmen kunnen krijgen. Tijdens de afzwakkingfase kan zij langdurige lustgevoelens ervaren en weer tot een orgasme gebracht worden. Na het orgasme zouden er twee fundamentele gevoelens zijn bij de vrouw (Hite-rapport). Enerzijds teder en liefhebbend, genietend van de nabijheid van de partner. Een gevoel van intense liefde, omhelzen,... Anderzijds sterk en klaar wakker, energiek en actief…

De theorie van Masters en Johnson is één van de mogelijke modellen voor de seksuele reactie van man en vrouw. Zij benadrukten de biologische aspecten van seksualiteit.

Het orgasme bij de vrouw

In het boek 'Sexual Interactions' wordt centraal gesteld dat er maar weinig verschil is bij man en vrouw in de 'beleving' van het gevoel bij een orgasme. Ook de fysiologische kenmerken zijn weinig verschillend. De laatste jaren is er veel onderzoek ontwikkeld naar de verschillende types orgasme bij de vrouw en dit wordt op zijn beurt verbonden met wat er fysiologisch gebeurt.

Masters en Johnson beweren dat de clitoris en manuele of orale stimulatie hiervan de aanzet geeft tot het orgasme bij de vrouw, samengaand met contracties in de vagina. Met deze stelling maakten zij dan ook een einde aan de verwarring en het onderscheid tussen een clitoraal orgasme en een vaginaal orgasme. Ook in het Hite-rapport wordt ingegaan op dit vaak gemaakte onderscheid. Er worden twee redenen aangehaald voor deze verwarring. Ten eerste liggen de seksuele organen bij de vrouw binnen het lichaam. Dit heeft tot gevolg dat vrouwen hun anatomie ook moeilijker begrijpen maar eigenlijk zou er juist hetzelfde gebeuren als bij de man om tot een orgasme te komen (bloedtoevoer, zwelling, spieren,... ). Alle vrouwelijke orgasmen zijn fysiologisch identiek. Door een stimulatie van de clitoris komt de vrouw tot een orgasme en hierbij ervaart de vrouw samentrekkingen in de vagina. Vandaar de mogelijke verwarring. Clitorale stimulatie wekt een orgasme op dat vervolgens dieper in het lichaam voelbaar is, rondom de vagina.

Daarnaast zou er een verschil in gevoel zijn tussen een orgasme met penetratie en een orgasme zonder penetratie. Een clitoraal orgasme zou fysiek heviger zijn, meer plaatselijk en intens terwijl een vaginaal orgasme meer door het lichaam verspreid wordt ervaren. Een belangrijk aspect dat hierbij vermeld wordt, is dat een vaginaal orgasme met penetratie meer emotioneel bevredigend is. Misschien iets meer aanvaardbaar dan deze onduidelijke scheiding tussen clitoraal en vaginaal orgasme, is te spreken van een 'emotioneel orgasme' bij penetratie (Hite-rapport). Het is een intens emotioneel hoogtepunt, een heel sterk gevoel van liefde en eenwording, een ontlading van gevoelens, een sterk gevoel van verbondenheid.

Volgens Masters en Johnson beleeft de vrouw het orgasme als een geheel dat in 3 stadia verloopt. Tijdens de eerste fase is er een gevoel van "stilstaan". De vrouw ervaart intense gevoelens vooral rondom de clitoris (opnemen, zich openen) en een sterke vermindering van zintuiglijke waarneming. Tijdens de tweede fase wordt er een warmte-uitbreiding beschreven vanuit de genitale zone, zich uitbreidend over het ganse lichaam. De derde fase tenslotte wordt gekenmerkt door een samentrekken dat zich uitbreidt van het bekken over het ganse lichaam.

Literatuurlijst

Allgeier A.R. & Allgeier P.R. (1984). Sexual Interactions. Massachusetts: D.C. Heath and Company.

Hite, 5. (1976). Het Hite-rapport. Een studie over de seksualiteit van de vrouw. Amsterdam: De Arbeiderspers.

Hite, 5. (1981). Het Hite-rapport. Over het sexuele leven van de man. Amsterdam: De Arbeiderspers.

Masters, W. H. & Johnson, V. P. (1982). Over liefde en seks. Baarn: De Kern. Nijs. P. (1991). Man en vrouw schiep Hij hen. Leuven: Uitgeverij Peters.

 
 
Artikels Recensies Inzendingen Redactioneel Email Home